En daarmee komen meestal heel wat vragen. Wanneer begint het eigenlijk? Eerst pap of meteen fingerfood? Wat betekent BLW precies? Hebben we nu een kinderstoel nodig? En hoeveel daarvan moet er uiteindelijk daadwerkelijk bij de baby terechtkomen en niet op de tafel, de vloer, de kleding en de hond?
Om te beginnen: bijvoeding hoeft geen wedstrijd te zijn. Het gaat er niet om zo snel mogelijk hele maaltijden te vervangen of voor altijd te kiezen voor ‘team pap’ of ‘team BLW’. Het gaat erom dat je baby stap voor stap een compleet nieuwe wereld leert kennen: verschillende smaken, texturen en geuren.
Ook samen eten aan de gezins tafel kan daar vanaf het begin bij horen. Zodra de eerste eetpogingen lukken, kunnen geschikte onderdelen van de gezinsmaaltijd op passende wijze worden aangeboden. Belangrijk daarbij zijn een veilige, op de leeftijd afgestemde bereiding en voedingsmiddelen die geschikt zijn voor baby’s.
Vanaf wanneer bijvoeding?
Zoals bij zoveel ontwikkelingsfasen is er ook bij de start met bijvoeding niet één dag waarop je kind plotseling klaar is voor alles.
De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) adviseert om vanaf ongeveer zes maanden bijvoeding te introduceren. Het netwerk „Gesund ins Leben“ noemt voor het starten met bijvoeding een periode tussen het begin van de 5e en het begin van de 7e levensmaand en benadrukt dat daarbij ook rekening moet worden gehouden met de individuele ontwikkeling van het kind.
In plaats van alleen naar de kalender te kijken, is het dus vooral de moeite waard om te kijken naar wat je baby al kan.
Klaar voor de eerste eetpogingen? Hier kun je op letten:
✓ Jullie baby kan zijn hoofdje goed controleren en met ondersteuning rechtop zitten.
✓ Hij kan voedsel opnemen en doorslikken, in plaats van het meteen weer met zijn tong uit zijn mond te duwen.
✓ Het grijpt steeds vaker zelfstandig naar dingen en brengt ze naar de mond.
✓ Hij toont interesse in eten en in wat er op jullie borden gebeurt.
Juist die interesse in eten wordt al snel gezien als een duidelijk startsein. Maar dat alleen is niet voldoende. Ook de lichamelijke en motorische ontwikkeling speelt een belangrijke rol.
Laura van Tiny Roots is gecertificeerd voedingsadviseur voor zwangerschap, borstvoeding en baby’s. Zij raadt aan om de verschillende signalen dat een baby klaar is voor bijvoeding altijd in hun totaliteit te bekijken en niet alleen af te gaan op het feit of een baby nieuwsgierig naar het eten van de ouders grijpt. Want in deze fase ontwikkelt ook het spijsverteringsstelsel zich verder en past het zich steeds meer aan op andere voeding naast melk. Te vroeg beginnen met bijvoeding kan het nog jonge spijsverteringsstelsel onnodig belasten en bijvoorbeeld spijsverteringsklachten in de hand werken.
Daarom is het de moeite waard om niet alleen te letten op nieuwsgierige blikken richting het bord, maar ook het controleren van het hoofdje, rechtop zitten, grijpen en slikken mee te nemen in de beslissing.
Als jullie twijfelen over het juiste moment, kan een gekwalificeerd voedings- of bijvoedingsadvies uitkomst bieden. Bij aanhoudende spijsverteringsproblemen, klachten of andere medische vragen is de kinderarts de juiste aanspreekpartner.
De eerste lepel hoeft overigens nog geen maaltijd te zijn. Misschien worden er twee lepels enthousiast opgegeten en stopt het bij de derde alweer. Misschien belandt een stukje zacht voedsel eerst in de mond, dan op de tafel en uiteindelijk op de vloer. Dat hoort er allemaal bij.
Ook tijdens het eten mogen baby’s hun eigen honger- en verzadigingssignalen laten zien. De WHO beveelt daarom zogenaamd ‘responsive feeding’ aan: aandachtig reageren op deze signalen, aanmoedigen om te eten, maar niet dwingen.
Bijvoeding is immers niet alleen maar voedselinname. Het is ook voelen, ruiken, proeven, grijpen, knoeien en ontdekken wat dit eten eigenlijk allemaal kan.
BLW of pap: wat is het verschil?
BLW staat voor Baby-led Weaning. Hierbij worden geschikte voedingsmiddelen zo aangeboden dat het kind ze zelf kan vastpakken, naar de mond kan brengen en kan eten. Bij de klassieke start met bijvoeding staan daarentegen meestal papjes en het voeden met een lepel centraal.
Een strikte keuze voor slechts één variant is echter niet nodig.
Pap, BLW of beide?
Pap: Voedingsmiddelen worden in gepureerde of fijngestampte vorm aangeboden.
BLW: Geschikte voedingsmiddelen kunnen zelfstandig worden vastgepakt en ontdekt.
Combinatie: pap en geschikt fingerfood kunnen elkaar in het dagelijks leven aanvullen.
Pap en veilig bereide fingerfood kunnen in principe allebei deel uitmaken van de start met bijvoeding. Het is dus niet nodig om definitief voor één methode te kiezen of in het begin uitsluitend fijn gepureerde pap aan te bieden.
Ongeacht de gekozen variant moeten voedingsmiddelen altijd op de leeftijd afgestemd worden bereid en moet rekening worden gehouden met mogelijke verstikkingsgevaren. Hele noten, hele druiven of harde rauwe voedingsmiddelen zijn bijvoorbeeld in deze vorm niet geschikt voor kleine kinderen.
In plaats van „BLW of pap?“ kan de doorslaggevende vraag daarom ook luiden: welke vorm van bijvoeding past bij ons kind en ons dagelijks gezinsleven?
Een beetje inspiratie voor de dagelijkse bijvoeding
Bijvoeding hoeft niet elke dag uit een ingewikkeld recept te bestaan. Juist in het begin kunnen eenvoudige voedingsmiddelen en weinig ingrediënten volstaan. Het wordt spannend door verschillende smaken, texturen en voedingsstoffen.
Laura van Tiny Roots raadt aan om niet alleen fruit en groenten aan te bieden, maar vanaf het begin ook rekening te houden met voedingsrijke producten en verschillende smaken. Vooral ijzer speelt een belangrijke rol in de bijvoeding.
Een paar eenvoudige ideeën:
Zachte groenten om vast te pakken: broccoli, courgette, pompoen of wortelen kun je zacht koken of in de oven bakken en in stukjes aanbieden die makkelijk vast te pakken zijn. Hierbij kun je een geschikte vetbron combineren, want vet ondersteunt onder andere de opname van in vet oplosbare vitamines.
Banaan eens op een andere manier: een zachte banaan is geschikt om te pureren tot pap of in langwerpige, goed vast te pakken stukjes als fingerfood. Ook de NHS noemt bananenstaafjes als eenvoudig fingerfood-idee vanaf ongeveer zes maanden.
Avocado voor pap en fingerfood: Rijpe avocado kan eenvoudig worden gepureerd of – afhankelijk van de vaardigheden van de baby – in geschikte stukjes worden aangeboden. Het bevat van nature vet en laat zich goed combineren met andere voedingsmiddelen.
Denk ook aan ijzerrijke voedingsmiddelen: een mogelijkheid zijn bijvoorbeeld zachte, volledig doorbakken reepjes van rundergehakt, die ook eenvoudig in de oven kunnen worden bereid. Daarnaast zijn er nog andere dierlijke en plantaardige ijzerbronnen die kunnen worden gebruikt voor gevarieerde bijvoeding.
Zacht fruit om te ontdekken: rijpe peren of mango’s kunnen worden geschild en in grote, goed vast te pakken partjes worden aangeboden. Zeer kleine stukjes voedsel zijn voor beginners in de bijvoeding vaak nog moeilijk zelfstandig vast te pakken, omdat de pincetgreep zich pas later ontwikkelt, meestal vanaf ongeveer 9 maanden.
Bij kleine, ronde voedingsmiddelen speelt ook de vorm een rol: druiven mogen bijvoorbeeld niet in hun geheel aan kleine kinderen worden aangeboden. Als ze vanwege de motorische vaardigheden al geschikt zijn, worden ze in de lengte in vieren gesneden. Bosbessen kunnen voor kleinere baby’s bijvoorbeeld worden gepureerd of mee worden gekookt of gebakken in gerechten.
Of het nu pap of fingerfood is: vanaf het begin van de bijvoeding mogen kinderen kennismaken met verschillende geschikte consistenties. Fingerfood hoeft dus niet per se pas te volgen na een langere periode met uitsluitend gepureerde pap. Het is van cruciaal belang dat de vorm, grootte en textuur van het eten aansluiten bij het ontwikkelingsniveau en dat typische verstikkingsgevaren worden vermeden.
Hoe zit het met fruitsuigers:
Een eigen plek aan de gezinstafel
Met de start van de bijvoeding wordt ook de kinderstoel steeds belangrijker. Deze zorgt voor een vaste plek voor gezamenlijke maaltijden en moet vooral een veilige en passende zitpositie mogelijk maken.
Hierop is het de moeite waard om bij de kinderstoel op te letten:
✓ stabiele en veilige stand
✓ geschikte zitpositie
✓ verstelbare voetsteun
✓ gemakkelijk te reinigen materialen
✓ optioneel dienblad
✓ zo lang mogelijk of meegroeiend te gebruiken
Bij StrollMe zijn hiervoor verschillende oplossingen beschikbaar. De Bugaboo Giraffe kan bijvoorbeeld worden aangepast aan verschillende ontwikkelingsfasen. De zitting en voetsteun zijn verstelbaar en de kinderstoel kan voor de bijvoedingsperiode worden aangevuld met bijpassende accessoires.
Bugaboo Giraffe en set voor pasgeborenen
Ook de Moji Yippy-kinderstoel groeit mee en biedt met de starterset en het tafelblad passende accessoires voor de eerste maaltijden. Met de UPPAbaby Ciro en de KAOS Klapp zijn er nog meer kinderstoelen beschikbaar voor verschillende behoeften en woonsituaties.
Welke kinderstoel het beste past, hangt daarom ook af van het dagelijks leven: hoeveel ruimte is er beschikbaar? Moet de stoel zo lang mogelijk meegroeien? Is er een eigen dienblad nodig of moet het kind direct aan de eettafel zitten?
Aangezien deze behoeften kunnen veranderen naarmate het kind zich ontwikkelt, kun je bij StrollMe niet alleen kinderstoelen, maar ook babywipstoeltjes huren. Zo kun je het model kiezen dat het beste bij de huidige fase van je gezin past.
Niet alleen meespijzen, maar ook meedoen
Naarmate het kind ouder wordt, kan er rondom het eten nog iets nieuws bijkomen: zelf meedoen. Groenten wassen, ingrediënten in een kom doen, deeg roeren of gewoon kijken wat er op het aanrecht gebeurt. Met kleine taakjes kunnen kinderen stap voor stap worden betrokken bij de bereiding van maaltijden.
Voor peuters die nog niet bij het aanrecht kunnen, kan een leertoren handig zijn. De Tuki-leertoren brengt kinderen op de juiste hoogte en kan worden aangepast naarmate ze groeien.
Met de bijbehorende ontdekkingsdoek kunnen kleine ontdekkers vanaf 9 maanden veilig op ooghoogte meedoen. De doek is scheurvast, machinewasbaar en bestand tegen een belasting tot 12 kg. StrollMe biedt de leertoren specifiek aan voor activiteiten zoals koken, bakken of zelfs handen wassen.
Belangrijk blijft natuurlijk: blijf in de keuken altijd in de buurt en houd hete, scherpe of andere gevaarlijke voorwerpen buiten bereik.
Zo kan de periode van bijvoeding geleidelijk aan meer worden dan alleen samen eten.